‘De gedachte aan Sara’s overlijden overheerst niet meer’ – Stichting Voor Sara

Latest News

‘De gedachte aan Sara’s overlijden overheerst niet meer’

Bram krijgt een confronterende vraag over Sara’s levensverwachting. Als hij het er  met Emine over heeft, realiseren ze zich dat ze minder bang zijn voor Sara’s toekomst dan een jaar geleden.

,,En als Sara er over tien jaar niet meer is, gaan jullie dan door met de stichting?’’

,,Euh, pfff, ja, dat is wel de bedoeling, maar…’’

,,Ja, sorry, dat is misschien een heel directe vraag…’’

,,Nee, geeft niet. Ik zou niet weten hoe het dan verder moet.’’

We staan in de kroeg en ik heb deze oude bekende al tijden niet gesproken. Het praatje duurt nog geen vijf minuten, en zoals zo vaak hebben we het meteen over Sara.

Op dat moment realiseer ik mij niet hoe bizar de vraag is. Eenmaal thuis word ik er boos om. Hij zegt: ‘Als Sara er over tien jaar niet meer is’. En dan zeg ik: ‘Geeft niet’. Rot toch op! Het geeft wèl. Achteraf weet ik altijd precies wat ik had moeten zeggen.

Twee dagen lang spookt de vraag door mijn hoofd. Ik verzwijg het voor Emine, omdat ik bang ben dat zij er net zo verdrietig van wordt als ik.

Laatst zei iemand: ,,Ik wilde vragen hoe het met je gaat, maar ik heb het gevoel dat ik dat al weet. Vind je het moeilijk dat zo veel mensen dat weten?’’ Soms, antwoordde ik. Ik vind het niet moeilijk om over Sara te praten. Het wordt pas moeilijk als mensen onbeschofte vragen stellen.

Het idee dat Sara jong kan overlijden, heb ik ergens heel diep weggestopt. Mijn hersenen blokkeren bij de gedachte. De vraag kwam ook niet echt binnen, besef ik. De afgelopen twee jaar keek ik nooit verder dan een paar jaar vooruit. Ik realiseer mij dat ik de laatste weken wel nadenk over een toekomst voor Sara. Ik vraag mij af hoe Emine dat ervaart.

,,Weet je wat iemand tegen mij zei?’’ We liggen in bed als ik er toch over durf te beginnen. Ik vertel en Emine valt stil. ,,Dat iemand die je amper kent zulke vragen durft te stellen’’, zegt ze zachtjes. Zwijgend liggen we naast elkaar.

Na een paar minuten zegt Emine: ,,De hoop dat ze niet jong overlijdt, is veel groter geworden. De angst blijft altijd, maar de gedachte overheerst mijn denken niet meer.’’

,,Ik voel het net zo’’, antwoord ik. ,,Ik heb lang gedacht dat Sara jong zou overlijden. Daar hadden de artsen immers voor gewaarschuwd. Maar dat geloof ik niet meer. Het is voor mijn gevoel alleen nog een risico. Groter dan bij andere kinderen, maar niet meer zo verstikkend. Ik geloof in haar.’’

Weer zwijgen we. Er is niemand die hetzelfde voelt als ik, dacht ik wel eens. Onzin! Emine en ik verwerken het verdriet op onze eigen manier, maar we voelen hetzelfde voor Sara. Ik kan wel janken van blijdschap en opluchting. ,,Wij kunnen dit alleen samen aan’’, fluistert Emine.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll to top